Uitloopruimte

Rondom elk speelveld moet een veiligheidszone aanwezig zijn: de uitloopruimte. De gestelde eisen aan het speelveld – zoals met betrekking tot vlakheid, profilering, ontwatering en begroeiing – zijn eveneens van toepassing op deze bij het veld behorende ruimte. Lichtmasten, speelveldafzetting, ballenvangers, evenals gebouwen, vlaggenmasten, bomen/beplanting, verharde paden, cameraposities et cetera worden dan ook als obstakels beschouwd.

Standaard kunstgrasveld met bruto afmeting van 48 x 44 m

Twee velden van 40 x 20 meter inclusief twee jeugdvelden 24 x 12 meter

  • Om het speelveld dient een uitloopstrook met een breedte van tenminste 2 meter obstakelvrij te worden gehouden en 4 meter tussen de beide naast elkaar gelegen velden;
  • De uitloopstroken dienen in een gelijke constructie (dezelfde sporttechnische eigenschappen) te zijn uitgevoerd als het speelveld;
  • De laatste 50 centimeter (veldzijde t.o.v. speelveldafzetting) mag verhard worden uitgevoerd, mits aan de norm voor vlakheid wordt voldaan en er dus geen drempelvormige oneffenheden aanwezig zijn.

ADVIES

De vereniging mag de hoeken van een speelveld afronden, mits de afstand tot het hoekpunt tenminste 2 meter blijft. Er zijn hierbij twee opties: of de speelveldafzetting blijft rechthoekig, of de speelveldafzetting volgt de ronding van het speelveld. Breng in het eerste geval in de hoek van het veld een verharding aan die aansluit bij het maaiveld en bij de overige verharding. In het tweede geval kun je de vrijkomende ruimte ten goede laten komen aan het pad rond het speelveld.