Wedstrijdverlichting

Wat komt er allemaal kijken bij het aanleggen van kunstverlichting? En wat zijn de technische aspecten die nuttig of zelfs noodzakelijk zijn om te weten? Zie ook ‘Normen Verlichting Korfbal Outdoor’ en ‘Normen Verlichting Korfbal Indoor’.

NORMEN

  • Bij officiële wedstrijden in het veldkorfbal dient de gemiddelde horizontale (kunst)verlichtingssterkte (EH, gem) in gebruikstoestand tenminste 200 LUX te zijn;
  • Bij officiële wedstrijden in het zaalkorfbal dient de gemiddelde horizontale verlichtingssterkte (EH, gem) in gebruikstoestand tenminste 500 LUX te zijn voor de landelijke en lokale competitie en 750 LUX voor internationale en nationale topcompetitie;
  • De gelijkmatigheid EH, min: EH, gem moet minimaal 0,60 voor veldkorfbal en 0,70 voor zaalkorfbal zijn;
  • De verblindingswaarde (VW) behoort maximaal 50 voor veldkorfbal en maximaal 40 voor zaalkorfbal te zijn;
  • De kleurweergave moet minimaal Ra=60 zijn;
  • De lichtmasten in het veldkorfbal behoren minimaal 2 meter uit de grenslijnen te staan;
  • De lichtpunthoogte is tenminste 12 meter (enkel veld) en tenminste 15 meter (twee velden aaneengesloten).

Meer info

Lees voor uitgebreide informatie en de technische eisen de Aanbeveling voor Verlichting voor sportaccommodaties (versie veldkorfbal en versie binnensporten) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Je vereniging kan deze en andere brochures tegen betaling aanvragen bij het secretariaat van de NSVV: Postbus 539 6710 BM Ede Telefoonnummer: 0318 – 695394 Zie ook www.nsvv.nl

LUX en vuistregel

De in de KNKV-reglementen en NSVV-aanbeveling vermelde lichtwaarde is de gemiddelde horizontale verlichtingssterkte die onder alle omstandigheden aanwezig dient te zijn. Dit heet de gebruikswaarde. Om de onvermijdelijke invloeden van veroudering, vervuiling en lichtstroomteruggang van de lampen te compenseren, kun je bij een nieuwe lichtinstallatie uitgaan van een 25 procent hogere lichtopbrengst. Dit is de zogenaamde nieuwwaarde index. Om een verlichtingsniveau van 200 LUX (gebruikswaarde) te kunnen handhaven gaat u in nieuwe toestand dus uit van een verlichtingsniveau van tenminste 1,25 x 200 = 250 LUX voor veldkorfbal. Deze (vuist)regel is van toepassing op conventionele lichtinstallaties met hogedruk gasontladingslampen. Bij lichtinstallaties met Led-lichtbronnen kan een lagere nieuwwaarde index gehanteerd worden, wel wordt een nieuwwaarde van minimaal 1,1 aanbevolen. Let in offertes op of de leverancier de nieuwwaarde of de gebruikswaarde hanteert.

ADVIES

Voor trainingsvelden kan je vereniging het best een gemiddelde horizontale verlichtingssterkte aanhouden van tenminste 75 LUX (nieuwwaarde circa 95 LUX) met een gelijkmatigheid EH, min: EH, gem van minimaal 0,5. Voor training en recreatie in de zaal geldt een gemiddelde horizontale verlichtingssterkte van tenminste 200 LUX en een gelijkmatigheid EH, min: EH, gem van 0,5. Hou bij dit soort veld lichtinstallaties rekening met ‘matige gelijkmatigheid’ en donkere vlekken die zich in de hoeken en aan de randen aftekenen. In dit verband is een opstelling van twee lichtmasten aan beide zijden een prima optie.

Richtlijnen

Bij het spelen van vriendschappelijke wedstrijden is zware verlichting niet nodig. Een lichtinstallatie met een gebruikswaarde van 120 LUX (nieuwwaarde 150 LUX) is veelal voldoende voor dit soort informele activiteiten. De competitieleiding kan bij dit type verlichting (inhaal)wedstrijden op incidentele basis toestaan. Officiële KNKV-wedstrijden kunnen plaatsvinden bij een gemiddelde horizontale verlichtingssterkte van tenminste 200 LUX (nieuwwaarde dus circa 250 LUX). Als een topwedstrijdverlichting wenselijk is bij bijvoorbeeld wedstrijden in de Ereklasse met grotere aantallen toeschouwers kan je vereniging het best uitgaan van een lichtinstallatie met een gebruikswaarde van tenminste 500 LUX (nieuwwaarde 625 LUX).

Lichthinder

Om lichthinder en lichtvervuiling* zo veel mogelijk te voorkomen, dient tijdens de ontwerpfase van een verlichtingsinstallatie rekening gehouden te worden met de nadelige effecten. Deze effecten worden sterk verminderd door het gebruik van geschikte armaturen, die vooral op een juiste wijze moeten worden aangebracht. Klachten over lichthinder zijn vaak afkomstig van omwonenden of vertegenwoordigers van flora en fauna die te veel en overbodig licht ervaren. Led-armaturen zijn beter te richten dan conventionele armaturen. De hoeveelheid strooilicht is bij Led-armaturen dus lager dan bij conventionele armaturen. Daarnaast kan het gebruik van zogenaamde lichthinderkapjes het strooilicht verder beperken. Meer informatie over lichthinder? Zie de NSVV-publicatie ‘Algemene richtlijnen betreffende lichthinder’. Voor het plaatsen van lichtmasten is toestemming van de gemeente nodig. Soms is ook een bouwvergunning vereist, waarbinnen de milieuwetgeving aanvullende eisen kan stellen aan de lengte van de masten, evenals aan de tijden van verlichting (zie wet Activiteitenbesluit Milieubeheer). Om de eigendomsverhoudingen goed te regelen, kan het nodig zijn een recht van opstal te vestigen. Informeer daarnaar bij je gemeente.

*Noot: Lichthinder is de overlast die wordt veroorzaakt door kunstlicht (verblinding, verstoring, onbehagen). Lichtvervuiling is de verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving (overmatig en verspillend gebruik van kunstlicht).